ECLI:NL:RVS:2020:2190
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering optieverklaring Nederlanderschap wegens niet voldoen aan wettelijke vereisten
Appellante heeft bij besluit van 20 augustus 2018 verzocht om bevestiging van haar verklaring dat zij het Nederlanderschap wil verkrijgen via optie. De burgemeester van Rotterdam heeft dit verzoek geweigerd omdat appellante ten tijde van het afleggen van de verklaring niet getrouwd was met een Nederlander, zoals vereist in artikel 6, eerste lid, aanhef en onder g, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN).
Appellante stelde dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de burgemeester terecht de optieverklaring heeft geweigerd. Zij voerde aan dat zij al 16 jaar rechtmatig in Nederland verblijft, tot 2017 meer dan drie jaar gehuwd was met een Nederlander, geen gevaar vormt voor de openbare orde en dat haar kinderen de Nederlandse nationaliteit hebben. Tevens stelde zij dat de burgemeester had moeten beoordelen of er bijzondere omstandigheden waren in de zin van artikel 4:84 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) die het vasthouden aan het beleid onevenredig maken.
De rechtbank oordeelde echter dat appellante zich niet met succes kon beroepen op artikel 4:84 Awb Pro omdat de weigering niet gebaseerd was op een beleidsregel, maar op de wettelijke vereisten van de RWN. De Raad van State bevestigt dit oordeel en verklaart het hoger beroep ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bekrachtigd en de burgemeester hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de optieverklaring wordt bevestigd.