ECLI:NL:RVS:2020:2213
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid Raad van State tot kennisneming hoger beroep tegen voortduren vreemdelingenbewaring
Bij besluit van 12 juli 2020 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank Den Haag heeft op 20 augustus 2020 het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat het hoger beroep tegen het voortduren van de vreemdelingenbewaring niet-ontvankelijk is, omdat de Vreemdelingenwet 2000 in artikel 84, aanhef en onder a, expliciet bepaalt dat hiertegen geen hoger beroep openstaat. De enige uitzondering op dit verbod is indien er sprake is van een schending van het recht op een eerlijk proces, hetgeen in deze zaak niet is gebleken.
Daarom verklaart de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zich onbevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep. Tevens hoeft de staatssecretaris geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door lid N. Verheij, in aanwezigheid van griffier A.M. van Meurs-Heuvel, op 11 september 2020.
Uitkomst: De Raad van State verklaart zich onbevoegd het hoger beroep tegen voortduren vreemdelingenbewaring te behandelen.