ECLI:NL:RVS:2020:2232
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vaststelling bestemmingsplan Buitengebied Oost gemeente Breda
Bij besluit van 10 oktober 2019 stelde de raad van de gemeente Breda het bestemmingsplan "Buitengebied Oost" vast, een reparatie van het plan uit 2017. Appellant verzette zich tegen het plandeel met de bestemming "Bedrijf" ten noorden van zijn woning, dat eerder deels was vernietigd. Hij stelde dat onvoldoende was onderbouwd dat deze bestemming passend is en dat de afstand tot zijn woning niet voldeed aan de VNG-richtlijnen.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de raad rekening mocht houden met de voorafgaande intensieve veehouderijbestemming en de provinciale beleidskaders. De bedrijfsbestemming werd passend geacht gezien de behoefte aan bedrijfspercelen en de sanering van intensieve veehouderij. Het betoog dat de bestemming slechts financieel gemotiveerd was, faalde. Ook het initiatief van appellant voor een plantenkwekerij kon geen rol spelen omdat dit na het besluit dateerde.
Verder werd geoordeeld dat de afstand tot de woning, gelet op het gemengde gebied en de natuurbestemming ertussen, acceptabel was volgens de VNG-brochure. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat de toezeggingen van de wethouder en het college waren gebaseerd op de feitelijke situatie waarbij het bouwvlak minimaal 30 meter van de woning lag. Ten slotte was geen wettelijke verplichting tot een planschadeanalyse, en de raad had voldoende inzicht gegeven in de financiële uitvoerbaarheid. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestemmingsplan Buitengebied Oost wordt ongegrond verklaard.