ECLI:NL:RVS:2020:2255
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen intrekking Nederlanderschap wegens frauduleuze verkrijging
Bij besluit van 11 december 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het Nederlanderschap van verzoeker ingetrokken wegens frauduleuze verkrijging. Verzoeker, die na verlening van het Nederlanderschap afstand had gedaan van zijn oorspronkelijke nationaliteit, werd hierdoor staatloos en mocht niet langer in Nederland verblijven of werken.
Verzoeker stelde dat de intrekking ernstige gevolgen had, waaronder staatloosheid en het verbod om Nederland en andere lidstaten te betreden, waardoor hij niet persoonlijk bij de zitting kon verschijnen. Hij voerde aan dat zijn belangen om de procedure in Nederland af te wachten zwaarder wegen dan het belang van de staatssecretaris om tot uitzetting over te gaan, mede gezien zijn lange legale verblijf, integratie en het ontbreken van een beroep op sociale bijstand.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het spoedeisend belang van verzoeker, vanwege zijn staatloosheid en de ernstige gevolgen van het besluit, zwaarder weegt dan het belang van de staatssecretaris. Er was geen reden om de bodemprocedure af te wachten zonder opschorting. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen, waarbij de intrekking van het Nederlanderschap en het bezwaarbesluit werden geschorst. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om opschorting van het besluit tot intrekking van het Nederlanderschap wordt toegewezen en het besluit wordt geschorst.