ECLI:NL:RVS:2020:2301
Raad van State
- Hoger beroep
- W.D.M. van Diepenbeek
- J.M.L. Niederer
- J. Gundelach
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning eerste fase voor varkenshouderij ondanks bezwaren appellant
Het college van burgemeester en wethouders van Bernheze verleende op 29 juni 2017 een omgevingsvergunning eerste fase voor een varkenshouderij op een perceel in Nistelrode. Appellant maakte bezwaar tegen deze vergunning en voerde onder meer aan dat onterecht geen milieueffectrapportage was opgesteld, dat de luchtwasser niet effectief zou zijn en dat de geurbelasting niet correct was berekend.
De rechtbank stelde het college in de gelegenheid om gebreken te herstellen en vernietigde het oorspronkelijke besluit, maar verklaarde het herstelbesluit gegrond. Appellant ging in hoger beroep tegen deze uitspraken. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het hoger beroep en oordeelde dat het college terecht de geurbelasting had berekend volgens de geldende normen op het moment van het herstelbesluit en dat de bezwaren van appellant onvoldoende waren gemotiveerd.
Daarnaast werd vastgesteld dat de geurberekening en ventilatieberekeningen juist waren uitgevoerd en dat het college de wettelijke voorschriften inzake ammoniak, fijnstof en geurhinder had nageleefd. Nieuwe argumenten die appellant pas in hoger beroep aanvoerde, werden niet inhoudelijk behandeld vanwege het belang van rechtszekerheid en efficiënte geschilbeslechting.
De Afdeling zag geen aanleiding om de uitspraken van de rechtbank te vernietigen en bevestigde deze. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de voorzitter en leden van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 30 september 2020.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraken van de rechtbank worden bevestigd.