ECLI:NL:RVS:2020:2306
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar belangenvereniging tegen tijdelijke ontheffing geluidproductieplafonds HSL-Zuid
De minister van Infrastructuur en Waterstaat verleende ProRail B.V. een tijdelijke ontheffing van de naleving van geluidproductieplafonds voor referentiepunten langs de HSL-Zuid, waaronder punten in de gemeente Lansingerland, voor de jaren 2020 tot en met 2022. Deze ontheffing was nodig vanwege geplande testritten met het nieuwe Intercity Nieuwe Generatie (ICNG) materieel. De belangenvereniging De Kruisweg maakte bezwaar tegen dit besluit, maar de minister verklaarde dit bezwaar ongegrond.
De belangenvereniging stelde beroep in bij de Raad van State. De minister voerde aan dat de belangenvereniging geen belanghebbende was omdat geen ontheffing was verleend voor referentiepunten in de nabijheid van de Kruisweg. De Raad van State bevestigde dat het dichtstbijgelegen referentiepunt waarvoor ontheffing is verleend op 8,3 km afstand ligt, en dat er geen directe gevolgen voor de belangenvereniging zijn.
Daarom oordeelde de Raad van State dat de minister ten onrechte het bezwaar niet-ontvankelijk had moeten verklaren. Het besluit van 19 december 2019 werd vernietigd voor zover het bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard en het bezwaar zelf werd niet-ontvankelijk verklaard. De minister werd tevens veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het bezwaar van de belangenvereniging wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.