ECLI:NL:RVS:2020:2307
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor berging ondanks overlastbezwaar nabijgelegen bewoner
Het college van burgemeester en wethouders van Winterswijk verleende op 19 juni 2018 een omgevingsvergunning aan een landbouwmechanisatiebedrijf voor het realiseren van een berging buiten het bouwvlak. Een nabijgelegen bewoner maakte bezwaar tegen deze vergunning vanwege vermeende overlast en stelde dat het bouwplan in strijd was met het bestemmingsplan.
De rechtbank verklaarde het beroep van de bewoner ongegrond en bevestigde dat het college bevoegd was om op grond van artikel 4.3.1 van de planregels af te wijken van het bestemmingsplan. De bewoner stelde in hoger beroep dat zijn belangen onevenredig werden aangetast, mede vanwege de nabijheid van de berging en de bestaande overlast.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de bestaande overlast niet relevant is voor de vergunningverlening, omdat het bouwplan de bedrijfsactiviteiten niet wijzigt. Het college had de belangenafweging zorgvuldig gemaakt, rekening houdend met de beperkte omvang van de berging, de afstand tot de woning van de bewoner, de groene afscheiding en het feit dat het perceel al deels als opslag werd gebruikt. De belangen van de bewoner werden niet onevenredig aangetast. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning is bevestigd.