ECLI:NL:RVS:2020:231
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De staatssecretaris heeft op 17 juni 2019 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 18 juli 2019 ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging vervolgens in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft in haar overwegingen verwezen naar een eerdere uitspraak van 18 december 2019 waarin de positie van de Hazara in Afghanistan is beoordeeld. Op basis hiervan oordeelt de Afdeling dat het hoger beroep gegrond is en vernietigt zowel het vonnis van de rechtbank als het besluit van de staatssecretaris. De zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling rekening houdend met de actuele feiten en omstandigheden.
De staatssecretaris wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, vastgesteld op € 1575,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De Afdeling spreekt het vonnis uit in het openbaar op 27 januari 2020.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit en vonnis vernietigd en de zaak terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.