ECLI:NL:RVS:2020:2335
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering machtiging tot voorlopig verblijf voor hoogbejaarde oud-Nederlander
Een 82-jarige Surinaamse vreemdeling, oud-Nederlander en weduwe, diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) met het verblijfsdoel wedertoelating buiten Nederland geboren oud Nederlander. De staatssecretaris wees deze aanvraag op 13 februari 2017 af en verklaarde het bezwaar hiertegen op 31 januari 2019 ongegrond. De rechtbank bevestigde deze afwijzing op 25 februari 2020.
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State overwoog dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris een juiste belangenafweging had gemaakt tussen het privéleven van de vreemdeling en het Nederlandse toelatingsbeleid. De vreemdeling had sterke banden met Nederland, waaronder 42 jaar Nederlanderschap, een loopbaan als ambtenaar, belastingplicht en een Nederlands pensioen, en familieleden die in Nederland wonen.
De Raad stelde vast dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom de banden met Suriname zwaarder zouden wegen dan de sterke familiale en sociale banden met Nederland. Ook werd meegewogen dat de hoge leeftijd van de vreemdeling het reizen bemoeilijkt. De Raad verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het besluit en de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt vernietigd en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.