ECLI:NL:RVS:2020:2368
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J.J. van Eck
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak inzake weigering openbaarmaking bidbook Unilever op grond van Wob
De minister van Economische Zaken en Klimaat weigerde op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) het bidbook openbaar te maken dat betrekking heeft op de poging het hoofdkantoor van Unilever naar Nederland te halen. De rechtbank Midden-Nederland oordeelde dat de minister dit besluit onvoldoende had gemotiveerd en bepaalde dat de coverletter openbaar moest worden gemaakt, maar liet de weigering van het bidbook grotendeels in stand.
In hoger beroep betoogde appellant dat het bidbook ook algemene informatie bevat die niet onder de weigeringsgrond van artikel 10, tweede lid, onder g, Wob valt. De Afdeling bestuursrechtspraak nam kennis van het bidbook en oordeelde dat de minister onvoldoende specifiek had gemotiveerd waarom openbaarmaking zou leiden tot onevenredige benadeling van Unilever of de Staat. De motivering was te algemeen en onvoldoende toegespitst op de verschillende onderdelen van het bidbook.
Daarom vernietigde de Afdeling het bestreden deel van het vonnis en droeg de minister op binnen 12 weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen. Tevens werd bepaald dat tegen het nieuwe besluit alleen bij de Afdeling beroep kan worden ingesteld. De minister moet tevens het betaalde griffierecht aan appellant vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard en de minister is opgedragen een nieuw besluit te nemen over de weigering van openbaarmaking van het bidbook.