ECLI:NL:RVS:2020:2401
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake terugbetaling lening inburgeringscursus
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde appellant een boete op en bepaalde dat zij een lening voor een inburgeringscursus moest terugbetalen omdat zij niet tijdig was ingeburgerd. In een brief van 18 mei 2018 werd appellant meegedeeld dat zij vanaf 1 november 2018 maandelijks € 75,22 moest terugbetalen.
Appellant maakte bezwaar tegen deze brief, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de brief volgens de minister geen besluit met rechtsgevolg was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de brief van 18 mei 2018 wel een besluit met rechtsgevolg is, omdat daarin voor het eerst de hoogte van de schuld en de terugbetalingstermijn werden vastgesteld. Hierdoor ontstond pas na dit besluit de verplichting tot terugbetaling en kon appellant hiertegen bezwaar maken. De rechtbank had ten onrechte het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 18 juli 2018, verklaarde het beroep gegrond en gelastte de minister een nieuw besluit te nemen. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot niet-ontvankelijkheid wordt vernietigd, met een gelaste nieuwe beslissing door de minister.