ECLI:NL:RVS:2020:2431
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning voor tuinschuur in voorerfgebied te Tienhoven
Het college van burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht weigerde een omgevingsvergunning voor de bouw van een tuinschuur op het perceel van appellant in Tienhoven. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of de tuinschuur in het achtererfgebied lag, waardoor vergunningvrij bouwen mogelijk zou zijn, of in het voorerfgebied, waarvoor een vergunning vereist is. De Raad van State oordeelde dat de zuidkant van de woning de officiële voorkant is, zoals door het college is aangewezen op basis van het beeldkwaliteitsplan, waardoor de tuinschuur in het voorerfgebied ligt.
Verder is het bouwplan in strijd met het bestemmingsplan vanwege overschrijding van de maximale hoogte en ligging in het voorerfgebied. Het college hield vast aan het afwijkingsbeleid dat een minimale afstand van 1 meter achter de voorgevelrooilijn vereist, en mocht dat beleid niet zonder bijzondere omstandigheden laten varen. Appellants persoonlijke omstandigheden en kosten werden niet als zodanig aangemerkt.
De Raad van State bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank dat het college de vergunning in redelijkheid mocht weigeren. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van het college om de omgevingsvergunning voor de tuinschuur te verlenen.