ECLI:NL:RVS:2020:2497
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- H.J.M. Baldinger
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 21 februari 2020 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 13 mei 2020 het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep bij de Raad van State en betoogde dat de rechtbank ten onrechte had aangenomen dat hij alle feiten en vermoedens in het asielrelaas geloofwaardig had geacht. De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris het asielrelaas wel geloofwaardig achtte, maar dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij door de vader van zijn overleden vriendin zou worden gedood.
De vreemdeling stelde voorwaardelijk incidenteel hoger beroep in, dat door de Raad van State ongegrond werd verklaard. De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel blijft in stand.