ECLI:NL:RVS:2020:2535
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek Nederlanderschap wegens ontbreken identiteit en openbare orde
Bij besluit van 28 augustus 2018 wees de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het verzoek van appellante om het Nederlanderschap te verkrijgen af, omdat zij geen gelegaliseerde geboorteakte en geldig buitenlands reisdocument kon overleggen, waardoor haar identiteit en nationaliteit niet vastgesteld konden worden. Tevens stelde de staatssecretaris dat geen sprake was van bewijsnood, omdat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij pogingen had ondernomen om de benodigde documenten via de Angolese autoriteiten te verkrijgen.
Daarnaast weigerde de staatssecretaris het Nederlanderschap op grond van ernstige vermoedens dat appellante een gevaar voor de openbare orde vormt, gebaseerd op een onherroepelijke strafrechtelijke veroordeling voor diefstal met een gevangenisstraf en taakstraf. Het verzoek werd ingediend vóór het verstrijken van de rehabilitatietermijn van vier jaar.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Raad van State bevestigde dit oordeel in hoger beroep, waarbij appellante haar bezwaar tegen de openbare ordegrond had laten vallen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris terecht het Nederlanderschap had geweigerd en wees het hoger beroep af zonder proceskosten toe te kennen.
Uitkomst: Het verzoek om Nederlanderschap wordt afgewezen wegens ontbreken van gelegaliseerde documenten en een strafrechtelijke veroordeling die een gevaar voor de openbare orde vormt.