ECLI:NL:RVS:2020:2588
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunning en inreisverbod
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 16 september 2020 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verkrijgen, niet-ontvankelijk verklaard en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 27 oktober 2020 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen. Hij vroeg dat hij niet zou worden uitgezet voordat op het hoger beroep was beslist en dat hij opvang en verstrekkingen zou ontvangen.
De voorzieningenrechter oordeelde echter dat het niet aannemelijk was dat de uitspraak van de rechtbank zou worden vernietigd. Gezien de belangen van zowel de staatssecretaris als de vreemdeling werd besloten geen voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek werd afgewezen en de staatssecretaris hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de niet-ontvankelijkverklaring en het inreisverbod wordt afgewezen.