ECLI:NL:RVS:2020:2623
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen aanwijzing locaties ondergrondse afvalcontainers in Tilburg
Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg heeft op 18 juli 2019 drie locaties aangewezen voor ondergrondse afvalcontainers (OAC’s) tegenover de woning van appellant. Appellant vreesde overlast, geluidshinder, onveilige situaties, waardevermindering en aantasting van het uitzicht door de plaatsing van deze OAC’s en stelde dat er betere alternatieve locaties waren.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft beoordeeld of het college bij de locatiekeuze binnen de beleidsruimte redelijk heeft gehandeld. Het college heeft onder meer criteria gehanteerd zoals minimale afstand tot woningen, verkeersveiligheid, en infrastructuur. Geluidmetingen toonden aan dat de geluidsnormen niet structureel werden overschreden en het ledigen van containers beperkt was in tijd.
De Afdeling oordeelde dat de bezwaren van appellant onvoldoende waren om het besluit onrechtmatig te achten. De vrees voor overlast, geluid, verkeersveiligheid, waardevermindering en zwerfafval waren niet zodanig dat het college de locaties niet had mogen aanwijzen. Ook de alternatieve locaties waren niet geschikt of niet beschikbaar. Het beroep werd dan ook ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het aanwijzingsbesluit voor ondergrondse afvalcontainers is ongegrond verklaard.