ECLI:NL:RVS:2020:263
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.H.M. van Altena
- J.A. Hagen
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Minister stelt gemeenteraad indeplaats voor opname islamitische basisschool in schoolplan
De minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media heeft op 11 juli 2019 besloten om de gemeenteraad van Westland indeplaats te stellen voor de opname van een islamitische basisschool in het plan van scholen 2020-2023. Dit besluit volgde op het niet tijdig opnemen van de school door de raad, ondanks een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 24 april 2019 die de school voor bekostiging in aanmerking bracht.
De gemeenteraad stelde dat er geen sprake was van medebewind en dat de minister ten onrechte het standpunt van taakverwaarlozing innam. Ook voerde de raad aan dat het besluit niet volgens de juiste procedure was genomen, zonder overleg en zonder vooraankondiging, en dat het besluit onvoldoende was gepubliceerd.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de Wet op het primair onderwijs een medebewindswet is en dat de regeling over taakverwaarlozing van artikel 124 Gemeentewet Pro van toepassing is. De raad was verplicht de school op te nemen in het plan van scholen 2020-2023 en had dit niet tijdig gedaan. De minister mocht daarom overgaan tot indeplaatsstelling. De procedure was rechtmatig en het besluit was voldoende gemotiveerd en gepubliceerd.
Het beroep van de raad werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de gemeenteraad wordt ongegrond verklaard en het besluit tot indeplaatsstelling blijft in stand.