ECLI:NL:RVS:2020:2662
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- D.A. Verburg
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking verblijfsvergunning wegens driejarenbeleid
De vreemdeling met de Turkse nationaliteit had een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als familie- of gezinslid, die door de staatssecretaris werd ingetrokken en waarvan de aanvraag tot wijziging van de beperking werd afgewezen. De vreemdeling beriep zich op het driejarenbeleid, dat bepaalt dat een aanvraag moet worden gehonoreerd als binnen drie jaar geen definitief besluit is genomen.
De rechtbank had geoordeeld dat definitief was beslist binnen drie jaar, maar de Afdeling bestuursrechtspraak stelt dat dit niet het geval was omdat de uitspraak van de rechtbank van 21 september 2018 het besluit op bezwaar vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen. Hierdoor was op 21 september 2018 nog geen definitief besluit genomen.
De Afdeling vernietigt daarom het besluit van 21 februari 2019 en draagt de staatssecretaris op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met het driejarenbeleid. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €1.575,00.
De uitspraak bevestigt voor het overige de uitspraak van de rechtbank en behandelt niet de intrekking van de verblijfsvergunning zelf, die ongewijzigd blijft.
Uitkomst: Het besluit van 21 februari 2019 tot afwijzing van de aanvraag wijziging verblijfsvergunning wordt vernietigd en de staatssecretaris moet binnen acht weken een nieuw besluit nemen.