ECLI:NL:RVS:2020:2670
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen weigering verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling heeft bij besluit van 18 februari 2020 een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen. Hiertegen heeft de vreemdeling beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 2 november 2020 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek beoordeeld op grond van artikel 8:81 en Pro 8:83 van de Algemene wet bestuursrecht. De vreemdeling verzocht om te worden beschermd tegen uitzetting en om opvang en verstrekkingen te ontvangen zolang het hoger beroep loopt. De voorzieningenrechter oordeelde dat op basis van het voorlopig oordeel niet aannemelijk is dat de uitspraak van de rechtbank zal worden vernietigd.
Gezien de belangen van zowel de vreemdeling als de staatssecretaris is besloten geen voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek is derhalve afgewezen en de staatssecretaris is niet verplicht proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd op 9 november 2020 in het openbaar uitgesproken door voorzieningenrechter J.Th. Drop.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel is afgewezen.