ECLI:NL:RVS:2020:2676
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete en last onder dwangsom wegens illegale verhuur woning in Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde op 6 juli 2018 een last onder dwangsom en een bestuurlijke boete op aan appellant wegens het overtreden van artikel 21 van Pro de Huisvestingswet door het hotelmatig gebruik van een woning. Tijdens een controle op 30 mei 2018 werden toeristen aangetroffen die de gehele woning via Airbnb hadden gehuurd, terwijl de eigenaar in een tuinhuisje verbleef. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en bevestigde de opgelegde sancties.
Appellant voerde meerdere beroepsgronden aan, waaronder strijd met het legaliteitsbeginsel vanwege verwijzing naar de NEN 2580-norm, en betwistte de onderbouwing van de oppervlakteberekening. De Raad van State verwierp deze bezwaren, overwegende dat de NEN-norm niet dwingend in de verordening is opgenomen en voldoende kenbaar is. Tevens was de woning feitelijk geheel verhuurd aan toeristen, waardoor de bestemming tot bewoning niet overheersend bleef.
Het verzoek om herziening van een eerdere voorlopige voorziening werd afgewezen wegens onbevoegdheid. Daarnaast werd een besluit tot invordering van een verbeurde dwangsom en nieuwe sancties voor een tweede overtreding op 5 september 2019 behandeld, waarbij de Afdeling de behandeling van het beroep tegen het invorderingsbesluit verwees naar het college.
De Raad van State bevestigde het eerdere oordeel en verklaarde het hoger beroep ongegrond, waarmee de opgelegde boete en last onder dwangsom in stand blijven.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bestuurlijke boete en last onder dwangsom blijven in stand.