ECLI:NL:RVS:2020:2703
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E. Helder
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering handhaving afval Tichelaarslaan wegens onvoldoende motivering
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht wees het verzoek om handhavend op te treden tegen afval in de Tichelaarslaan af, nadat renovatiewerkzaamheden van woningcorporatie Mitros piepschuimresten hadden achtergelaten. Na bezwaar handhaafde het college het besluit, met de motivatie dat het opruimen van kleine resten onevenredig zou zijn.
Appellant betoogde dat het onderzoek en de motivering onvoldoende waren, onder verwijzing naar foto’s en eerdere jurisprudentie. De Afdeling stelde vast dat het college wel degelijk inspecties had verricht, maar onvoldoende had gemotiveerd waarom handhaving achterwege kon blijven, met name omdat de gehanteerde CROW-richtlijnen niet voor handhaving gelden en er mogelijk ook grotere resten lagen.
De Afdeling oordeelde dat het college onvoldoende had onderbouwd dat handhaving onevenredig was en dat het besluit daarom in strijd was met het zorgvuldigheidsbeginsel en artikel 7:12 Awb Pro. Het besluit van 14 januari 2020 werd vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen, met inachtneming van de overwegingen uit deze uitspraak.
Daarnaast werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het besluit van 14 januari 2020 wordt vernietigd en het college moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van de uitspraak.