ECLI:NL:RVS:2020:2740
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verklaring van geen bezwaar wegens onvoldoende veiligheidsgegevens verblijf buitenland
Appellant trad in dienst bij Swissport Cargo Services en werd aangemeld voor een veiligheidsonderzoek in verband met een vertrouwensfunctie. Uit het onderzoek bleek dat appellant van november 2015 tot oktober 2017 in Turkije verbleef. De minister weigerde daarop een verklaring van geen bezwaar (vvgb) af te geven omdat onvoldoende gegevens beschikbaar waren om alle veiligheidsrisico's uit te sluiten. De AIVD achtte samenwerking met Turkije onwenselijk, waardoor geen gegevens konden worden ingewonnen.
Appellant voerde aan dat zijn verblijf in Turkije gelijkgesteld moest worden met studie, stage of werk, omdat hij daar zijn militaire dienstplicht vervulde, en dat hij meer dan de helft van de beoordelingsperiode in Nederland verbleef. De minister en rechtbank oordeelden echter dat militaire dienstplicht niet gelijkstaat aan de genoemde uitzonderingen en dat het verblijf in een land zonder veiligheidsdienstsamenwerking een grond is voor weigering.
De Raad van State bevestigt dat het verblijf van 23 maanden in Turkije een ontbrekende periode vormt en dat de minister terecht heeft geoordeeld dat onvoldoende waarborgen aanwezig zijn dat appellant zijn vertrouwensfunctie getrouw zal vervullen. Het persoonlijke belang van appellant weegt in redelijkheid niet zwaarder dan het nationale veiligheidsbelang. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de minister om een verklaring van geen bezwaar af te geven wegens onvoldoende gegevens over het verblijf in Turkije.