ECLI:NL:RVS:2020:2781
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling heeft bij besluit van 2 september 2020 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 13 november 2020 het beroep ongegrond verklaarde. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld. De vreemdeling verzocht om te voorkomen dat hij zou worden uitgezet voordat op het hoger beroep was beslist en om opvang en verstrekkingen te ontvangen. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat niet aannemelijk was dat de uitspraak van de rechtbank zou worden vernietigd.
Gezien de belangen van zowel de staatssecretaris als de vreemdeling werd besloten geen voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek werd derhalve afgewezen en de staatssecretaris werd niet verplicht tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat niet aannemelijk is dat het hoger beroep zal slagen.