ECLI:NL:RVS:2020:2784
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over dwangsommen aan vreemdelingen in asielprocedure
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde bij besluiten van 9 januari 2020 vast dat hij aan twee vreemdelingen gezamenlijk een dwangsom van €1.442,00 verschuldigd was. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdelingen gegrond, vernietigde de besluiten en bepaalde dat de staatssecretaris aan ieder van hen afzonderlijk een dwangsom van €1.442,00 moest betalen, totaal €2.884,00.
De vreemdelingen, Iraanse nationaliteit, hadden een gezamenlijke geschiedenis als leden van de Mujahedin Khalq en waren gehuwd. Zij vreesden terugkeer naar Iran en hadden gezamenlijk asiel aangevraagd. De staatssecretaris stelde dat hun aanvragen inhoudelijk zo samenhingen dat slechts één dwangsom verschuldigd was.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte niet had onderkend dat de aanvragen inhoudelijk samenhangen en dat de staatssecretaris terecht slechts één dwangsom verschuldigd was. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en de beroepen werden ongegrond verklaard. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart de beroepen van de vreemdelingen ongegrond, waarbij slechts één gezamenlijke dwangsom verschuldigd is.