ECLI:NL:RVS:2020:2799
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- H.J.M. Baldinger
- J. Gundelach
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting café wegens drugshandel op grond van Opiumwet
De burgemeester van Breda heeft op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet besloten het café op de begane grond van een pand te sluiten voor twaalf maanden vanwege drugshandel. De politie constateerde meerdere keren drugshandel in en rond het café, waaronder de vondst van cocaïne, hennep, weegschalen, verpakkingsmateriaal en wapens.
De rechtbank verklaarde het beroep van de exploitant ongegrond en deze stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State. De exploitant voerde aan dat de burgemeester niet bevoegd was tot sluiting, omdat de drugshoeveelheden klein waren en er geen verband was met het café. Ook stelde zij dat de sluiting onevenredig was vanwege financiële gevolgen en het ontbreken van verwijtbaarheid.
De Raad van State oordeelde dat de burgemeester bevoegd was omdat de aangetroffen hoeveelheden drugs het criterium voor eigen gebruik overschreden en er sterke aanwijzingen waren dat de drugs bestemd waren voor handel. De aanwezigheid van wapens en verpakkingsmateriaal ondersteunde dit oordeel. De burgemeester had bovendien in redelijkheid kunnen besluiten tot sluiting, aangezien het café een rol vervulde in de drugshandel en er geen bijzondere omstandigheden waren die een afwijking van het beleid rechtvaardigden. De sluiting werd daarom bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de sluiting van het café voor twaalf maanden wegens drugshandel.