ECLI:NL:RVS:2020:2801

Raad van State

Datum uitspraak
25 november 2020
Publicatiedatum
25 november 2020
Zaaknummer
202003543/1/R4
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:2 AwbArt. 8:1 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen omgevingsvergunning zonnepark Kampbroek 5 te Hernen

Het college van burgemeester en wethouders van Wijchen verleende op 30 oktober 2019 een omgevingsvergunning aan Dutch Durables Energy 3 B.V. voor de aanleg van een zonnepark op het perceel Kampbroek 5 te Hernen. Appellanten, bewoners van zeven percelen in Hernen, stelden beroep in tegen deze vergunning, maar de rechtbank Gelderland verklaarde deze beroepen niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang.

In hoger beroep betoogden appellanten dat zij wel belanghebbenden zijn omdat zij gevolgen van betekenis ondervinden van het besluit. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat belanghebbenden degene zijn wiens belang rechtstreeks bij het besluit is betrokken, waarbij gevolgen van enige betekenis voor woon- en leefklimaat doorslaggevend zijn.

De Afdeling stelde vast dat de percelen van appellanten op minimaal 610 meter afstand liggen en dat slechts vanaf drie percelen enig zicht op het perceel bestaat. Door begroeing en bebouwing is visuele hinder van betekenis niet aannemelijk. Ook geluidshinder en lichtreflectie worden door appellanten erkend als niet van betekenis. Hun belangen als wandelaars onderscheiden zich onvoldoende van die van anderen.

Gelet op deze omstandigheden concludeerde de Afdeling dat appellanten geen persoonlijk belang hebben bij het besluit en bevestigde zij de niet-ontvankelijkverklaring van de beroepen door de rechtbank. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van 11 mei 2020 bevestigd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van de beroepen bevestigd.

Uitspraak

202003543/1/R4.
Datum uitspraak: 25 november 2020
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op de hoger beroepen van:
[appellant] en anderen, allen wonend te Hernen, gemeente Wijchen,
appellanten,
tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 11 mei 2020 in zaken nrs. 19/7362, 19/7363, 19/7364, 19/7365, 19/7366, 19/7367 en 19/7368 in het geding tussen:
[appellant] en anderen,
en
het college van burgemeester en wethouders van Wijchen.
Procesverloop
Bij besluit van 30 oktober 2019 heeft het college aan Dutch Durables Energy 3 B.V. (voorheen: Zonel Energy Equipment B.V.; hierna: DDE3) een omgevingsvergunning verleend voor het aanleggen van een zonnepark op het perceel Kampbroek 5 te Hernen (hierna: het perceel).
Bij uitspraak van 11 mei 2020 heeft de rechtbank de door [appellant] en anderen ingestelde beroepen niet-ontvankelijk verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak hebben [appellant] en anderen hoger beroep ingesteld.
DDE3 en het college hebben ieder voor zich een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
DDE3 heeft een nader stuk ingediend.
[appellant] en anderen hebben een nader stuk ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 3 november 2020, waar [appellant] en anderen, bijgestaan, dan wel vertegenwoordigd door mr. N.M.C.H. Crooijmans, advocaat te Deurne, het college, vertegenwoordigd door mr. J.W. Meelkop en L.E.A. Houben, en DDE3, vertegenwoordigd door [gemachtigde A], vergezeld door [gemachtigde B], zijn verschenen.
Overwegingen
Inleiding
1.    Het perceel heeft een oppervlakte van ongeveer 11 hectare en ligt ten noordoosten van Hernen in het buitengebied van de gemeente Wijchen. Het perceel is driehoekig van vorm en grenst aan de oostzijde aan de A50 over een lengte van ongeveer 380 meter en aan de noordzijde aan de Nieuwe Wetering over een lengte van ongeveer 570 meter. Het perceel loopt vanaf zijn meest zuidelijke punt aan de A50 schuin omhoog in noordwestelijke richting tot aan de Nieuwe Wetering. Het perceel heeft een bouwvlak waarop gebouwen tot ongeveer tien meter hoog staan. Dat bouwvlak grenst aan de zuidwestzijde van het perceel. DDE3 is erfpachter van het perceel en heeft op 26 oktober 2018 een projectaanvraag ingediend, en daarna aangevuld, voor de aanleg van een zonnepark. DDE3 wil ongeveer 9 hectare zonnepanelen op het perceel plaatsen om duurzame energie op te wekken. Bezien vanaf Hernen zal op het perceel, aan weerszijden van het bouwvlak, een grondwal van drieënhalve meter hoog met daarop beplanting van één tot anderhalve meter hoog worden aangelegd om de zonnepanelen aan het zicht te onttrekken.
Het hoger beroep
2.    [appellant] en anderen betogen dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat zij geen belanghebbenden zijn bij het besluit van 30 oktober 2019. Om die reden heeft de rechtbank de door hen ingestelde beroepen ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard, aldus [appellant] en anderen.
3.    Artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) luidt: "Onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken."
Artikel 8:1 luidt Pro: "Een belanghebbende kan tegen een besluit beroep instellen bij de bestuursrechter."
4.    Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen, bijvoorbeeld in de uitspraak van 23 augustus 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2271, geldt als uitgangspunt dat degene die rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt van een activiteit die een besluit toestaat, in beginsel belanghebbende is bij dat besluit. Het criterium "gevolgen van enige betekenis" dat is vermeld in de uitspraak van de Afdeling van 16 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:737, dient als correctie op dit uitgangspunt. Gevolgen van enige betekenis ontbreken als de gevolgen wel zijn vast te stellen, maar de gevolgen van de activiteit voor de woon-, leef- of bedrijfssituatie van betrokkene dermate gering zijn dat een persoonlijk belang bij het besluit ontbreekt. Daarbij wordt acht geslagen op de factoren afstand tot, zicht op, planologische uitstraling van en milieugevolgen (onder andere geur, geluid, licht, trilling, emissie en risico) van de activiteit die het besluit toestaat, waarbij die factoren zo nodig in onderlinge samenhang worden bezien. Ook aard, intensiteit en frequentie van de feitelijke gevolgen kunnen van belang zijn.
5.    [appellant] en anderen wonen op zeven onderscheiden percelen in Hernen. Al deze percelen liggen op ten minste 610 meter afstand van het perceel. Slechts vanaf drie van de zeven percelen, te weten de percelen aan de [locatie 1], [locatie 2] en [locatie 3], bestaat enig zicht op het perceel. [appellant] en anderen hebben ter zitting erkend dat ter plaatse van hun percelen geen geluidhinder van enige betekenis van het zonnepark zal worden ondervonden.
5.1.    Wat betreft het zicht stelt de Afdeling vast dat door de dichte begroeiing op het perceel aan de [locatie 3] en de bosschages en gebouwen die tussen dit perceel en het perceel staan, het zicht vanaf dit perceel op het perceel zodanig beperkt is, dat de Afdeling niet aannemelijk acht dat vanaf dit perceel visuele hinder van enige betekenis zal worden ondervonden van de voorziene grondwallen en het zonnepark. Al om die reden komt geen betekenis toe aan het door [appellant] en anderen aangevoerde verschil in hoogte tussen het maaiveld aan de [locatie 3] en het maaiveld op het perceel.
De percelen aan de [locatie 1] en [locatie 2] (hierna: de percelen) liggen naast elkaar op een afstand van 770 meter tot 1070 meter van de voorziene grondwal. Het college heeft een foto met een impressie overgelegd van het zicht op het perceel vanaf een positie ter hoogte van de percelen. De Afdeling ziet in hetgeen [appellant] en anderen hebben aangevoerd geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de impressie van de horizon op die foto wezenlijk afwijkt van hetgeen na de aanleg van het zonnepark zal kunnen worden waargenomen met het blote oog. De begroeide grondwallen zullen vanaf de percelen zichtbaar zijn, maar dan tegen een achtergrond die eveneens uit begroeiing bestaat. De Afdeling acht het, ook rekening houdend met de bestaande hoogteverschillen, in de gegeven omstandigheden niet aannemelijk dat ter plaatse van de percelen van het zonnepark visuele gevolgen van enige betekenis voor het woon- en leefklimaat zullen worden ondervonden.
5.2.    Omdat vanaf de percelen van [appellant] en anderen niet of nauwelijks zicht zal bestaan op de achter de grondwallen aan te leggen zonnepanelen, acht de Afdeling, anders dan [appellant] en anderen, ook niet aannemelijk dat vanaf die percelen in de gegeven omstandigheden hinder van enige betekenis zal worden ervaren als gevolg van reflectie van het zonlicht op de zonnepanelen. Voor zover [appellant] en anderen wijzen op hun belangen als wandelaars die regelmatig door het buitengebied van Hernen wandelen, onderscheiden hun belangen zich in onvoldoende mate van die van anderen.
5.3.    Gelet op het hiervoor overwogene is de Afdeling van oordeel dat de gevolgen van de vergunde activiteiten voor de woon- en leefsituatie van [appellant] en anderen niet van dien aard en omvang zijn dat daaraan een persoonlijk belang bij het besluit van 30 oktober 2019 kan worden ontleend. Gelet daarop heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat [appellant] en anderen geen belanghebbenden zijn als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Awb en heeft de rechtbank de door [appellant] en anderen ingestelde beroepen terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Het betoog faalt.
Slotoverwegingen
6.    Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
7.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. W.D.M. van Diepenbeek, voorzitter, en mr. B.P.M. van Ravels en mr. W. den Ouden, leden, in tegenwoordigheid van mr. W.J.C. Robben, griffier.
w.g. Van Diepenbeek    w.g. Robben
voorzitter    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 25 november 2020
610.