ECLI:NL:RVS:2020:2854
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing goedkeuring lidmaatschap Woonstichting bij zonnepanelenpark Sunbrouck
De Woonstichting wilde lid worden van de coöperatieve vereniging Sunbrouck, die een zonnepanelenpark exploiteert, en vroeg hiervoor toestemming van de minister op grond van artikel 21, tweede lid, van de Woningwet. De minister weigerde deze toestemming omdat de diensten van Sunbrouck onder artikel 47 van Pro het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting (Btiv) vallen, die het leveren van diensten door nutsbedrijven reguleren en een nabijheidcriterium stellen.
De rechtbank verklaarde het beroep van de Woonstichting ongegrond en oordeelde dat het zonnepanelenpark niet voldoet aan het criterium dat voorzieningen in of nabij de woongelegenheid moeten zijn. De Woonstichting voerde aan dat Sunbrouck niet concurreert met nutsbedrijven en dat de fiscale PCR-regeling het gebruik van zonne-energie voor eigen huurders mogelijk maakt, maar deze argumenten werden verworpen.
Daarnaast werd het hoger beroep van Sunbrouck niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen bezwaar had gemaakt tegen eerdere besluiten. De Raad van State bevestigde dat het e-mailbericht van de minister over het experimentartikel 125 van het Btiv geen besluit in de zin van de Awb is en dat de minister terecht het nabijheidcriterium hanteert.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaarde het hoger beroep van Sunbrouck niet-ontvankelijk en het hoger beroep van de Woonstichting ongegrond, waarmee de eerdere uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van Sunbrouck wordt niet-ontvankelijk verklaard en het hoger beroep van de Woonstichting wordt ongegrond verklaard, waarmee de eerdere uitspraak wordt bevestigd.