AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Bevestiging omgevingsvergunning voor vestiging restaurant in afwijking bestemmingsplan te Utrecht
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht verleende op 10 september 2018 een omgevingsvergunning eerste fase aan Sugo International Holding B.V. voor het vestigen van een restaurant op het perceel Vredenburg 21, in afwijking van het bestemmingsplan. Stichting Wijk C Komitee maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college op 28 februari 2019 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Midden-Nederland verklaarde het daarop ingestelde beroep op 28 november 2019 eveneens ongegrond. Hiertegen stelde Stichting Wijk C Komitee hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat het college de aanvraag heeft getoetst aan het beleidskader 'Ontwikkelingskader Horeca Utrecht 2018', waarin het perceel als ontwikkelingslocatie is aangewezen waar vestiging van een restaurant is toegestaan. Het feit dat de achterliggende Lange Koestraat niet langer als ontwikkelingslocatie geldt, verandert hier niets aan. Het college heeft voldoende aandacht besteed aan de mogelijke gevolgen voor de woonomgeving, waaronder beperkte bevoorrading via een toegangsdeur en het ontbreken van aanwijzingen voor geluidsoverlast of stank.
De Afdeling stelt vast dat het restaurant geen noemenswaardige negatieve effecten heeft op het woon- en leefklimaat in de omgeving. Klachten over andere ondernemingen aan Vredenburg vallen buiten deze procedure. Er is geen aanleiding voor nader onderzoek of aanvullende voorschriften. De rechtbank heeft dan ook terecht geoordeeld dat het college de vergunning in redelijkheid heeft kunnen verlenen. Er is geen grond voor proceskostenveroordeling, omdat geen sprake is van misbruik van procesrecht.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dat het college de omgevingsvergunning voor het restaurant in redelijkheid heeft verleend en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitspraak
202000042/1/R4.
Datum uitspraak: 2 december 2020
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 vanPro de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:
Stichting Wijk C Komitee, gevestigd te Utrecht,
appellante,
tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland (hierna: de rechtbank) van 28 november 2019 in zaak nr. 19/1514 in het geding tussen:
Stichting Wijk C Komitee
en
het college van burgemeester en wethouders van Utrecht.
Openbare zitting gehouden op 2 december 2020 om 10:30 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. H.C.P. Venema voorzitter
griffier: mr. J.A.A. van Roessel
jurist: mr. N. Bouayad
Verschenen via een videoverbinding:
Stichting Wijk C Komitee, vertegenwoordigd door [gemachtigde A];
Het college, vertegenwoordigd door M. Geleijnse;
Sugo International Holding B.V., vertegenwoordigd door [gemachtigde B] en
[gemachtigde C].
====================================
Bij besluit van 10 september 2018 heeft het college aan Sugo International Holding B.V. een omgevingsvergunning eerste fase verleend voor het in afwijking van het bestemmingsplan vestigen van een restaurant op het perceel Vredenburg 21 te Utrecht.
Bij besluit van 28 februari 2019 heeft het college het door Stichting Wijk C Komitee daartegen gemaakte bezwaar onder een aanvullende motivering ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 28 november 2019 heeft de rechtbank het door Stichting Wijk C Komitee daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft Stichting Wijk C Komitee hoger beroep ingesteld.
Sugo International Holding B.V. heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank van 28 november 2019, waarin de rechtbank heeft geoordeeld dat het college de omgevingsvergunning eerste fase voor het in afwijking van het bestemmingsplan vestigen van een restaurant op het perceel Vredenburg 21 te Utrecht in redelijkheid heeft kunnen verlenen.
De Afdeling bevestigt de aangevallen uitspraak.
Daartoe overweegt zij het volgende.
De Afdeling merkt het door Sugo International Holding B.V. als incidenteel hoger beroep aangemerkte schrijven aan als een reactie op het ingestelde hoger beroep en dus niet als een incidenteel hoger beroep.
Het hoger beroep betreft de vraag of de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het college in redelijkheid tot verlening van de omgevingsvergunning voor de vestiging van een restaurant op het perceel Vredenburg 21 kon overgaan. De Afdeling beantwoordt die vraag bevestigend.
Het college heeft de aanvraag om omgevingsvergunning getoetst aan de beleidsregels "Ontwikkelingskader Horeca Utrecht 2018". Het perceel Vredenburg 21 is in het kader van dat beleid aangeduid als ontwikkelingslocatie waarbij de vestiging van een restaurant is toegestaan. Op grond daarvan biedt het beleid nog steeds ruimte voor ontwikkelingen op deze locatie. Dat de Lange Koestraat, gelegen achter Vredenburg, niet meer als ontwikkellocatie wordt aangemerkt, maakt dit niet anders.
Het college heeft conform het beleid voldoende aandacht besteed aan de gevolgen voor de woonomgeving aan de achterkant van het restaurant. Het college heeft deugdelijk toegelicht dat het restaurant geen noemenswaardig effect heeft op het woon- en leefklimaat in de Lange Koestraat. Aan die zijde is er sprake van een afgesloten toegang tot de achterzijde van het restaurant in de vorm van een toegangsdeur. Via die toegangsdeur zal het restaurant worden bevoorraad, maar dat zal gezien de schaalgrootte (100 -150 bezoekers per dag) beperkt zijn. Voor de vrees dat er afval op straat wordt gezet en dat dit leidt tot onaanvaardbare geluids- of stankoverlast bestaat geen grond. Gelet op het gebruik dat al is toegestaan op grond van het bestemmingsplan en op de aard van het restaurant, bestaat ook geen aanleiding voor het oordeel dat het college nader onderzoek had moeten verrichten naar hinder die het restaurant kan veroorzaken voor de omgeving, of dat het college daarover voorschriften had moeten stellen.
Ook overigens bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat de aanwezigheid van het restaurant leidt tot een onaanvaardbare aantasting van het woon- en leefklimaat in de Lange Koestraat. Bovendien is ter zitting bevestigd dat van het inmiddels gevestigde bedrijf geen overlast wordt ervaren. Voor zover Stichting Wijk C Komitee zich beklaagt over de hinder die andere aan Vredenburg gevestigde ondernemingen veroorzaken, kan dit in deze procedure niet aan de orde komen. De ten behoeve daarvan verstrekte vergunningen liggen niet ter beoordeling voor.
Gelet op het voorgaande heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat het college de omgevingsvergunning in redelijkheid heeft kunnen verlenen.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Sugo International Holding B.V. heeft gevraagd om vergoeding van de door haar gemaakte proceskosten. Tot veroordeling van Stichting Wijk C Komitee in die proceskosten kan alleen worden overgegaan in geval zich een situatie van misbruik van procesrecht voordoet. Dat is niet aan de orde.
Het lid van de enkelvoudige kamer is verhinderd het proces-verbaal te ondertekenen.
De griffier is verhinderd het proces-verbaal te ondertekenen.