ECLI:NL:RVS:2020:2902
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handhavingsverzoek tegen vrachtverkeer varkensbedrijf in Wehl
Appellante, woonachtig nabij een varkensbedrijf te Wehl, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Doetinchem om handhavend op te treden tegen het vrachtverkeer van en naar het bedrijf, vanwege ervaren overlast. Zij wilde dat het onverharde deel van de Heijendaalseweg werd afgesloten voor gemotoriseerd verkeer of specifiek vrachtverkeer richting het bedrijf.
Het college wees het verzoek af, stellende dat het vrachtverkeer niet in strijd handelde met de verleende omgevingsvergunning of het bestemmingsplan. De rechtbank bevestigde dit oordeel en verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep handhaafde de Afdeling bestuursrechtspraak deze beslissing.
De Afdeling oordeelde dat het akoestisch onderzoek, onderdeel van de vergunning, vermeldt dat vrachtwagens via de noordzijde komen en vertrekken, maar dat dit geen bindend voorschrift is. Incidenteel vrachtverkeer via de zuidzijde kan het bedrijf niet worden aangerekend, mede omdat het bedrijf maatregelen heeft getroffen om vrachtverkeer via de noordzijde te laten rijden. Sluiting van het onverharde deel van de weg vereist wegenverkeerswetgeving en valt niet onder handhaving op grond van de omgevingsvergunning.
Verder is de Afdeling niet bevoegd om de vergunning aan te passen en is het verzoek daartoe buiten de procedure. Het hoger beroep is daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het handhavingsverzoek terecht afgewezen.