ECLI:NL:RVS:2020:2943
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 31 maart 2020 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 24 november 2020 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen of het beëindigen van verstrekkingen uit te stellen.
De voorzieningenrechter overwoog dat de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij in Turkije een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro, waardoor uitzetting naar Turkije is uitgesloten. Echter is er geen grond om aan te nemen dat het hoger beroep zal leiden tot vernietiging van de bestreden uitspraak.
Daarom zag de voorzieningenrechter geen aanleiding om de gevraagde voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek werd afgewezen en de staatssecretaris werd niet verplicht proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat geen reden bestaat om aan te nemen dat het hoger beroep zal slagen.