ECLI:NL:RVS:2020:2987
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing urgentieverklaring wegens onvoldoende medische onderbouwing
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees een aanvraag van appellant om een urgentieverklaring wegens medische redenen af, onder meer omdat appellant niet in staat werd geacht in de kosten van het bestaan of een woning te voorzien. De rechtbank vernietigde het besluit van het college, maar handhaafde de rechtsgevolgen vanwege het GGD-advies dat appellant niet in aanmerking komt voor urgentie.
Appellant ging in hoger beroep tegen deze uitspraak en stelde dat het GGD-advies onvoldoende gemotiveerd was en dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat een brief van de huisarts de conclusie van de GGD-arts inzichtelijk maakte. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het college niet zonder nadere motivering op een onvoldoende gemotiveerd advies mag afgaan en dat de brief van de huisarts van 16 augustus 2019 niet als nadere onderbouwing kan dienen.
De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank voor zover deze de rechtsgevolgen van het besluit in stand liet en bepaalde dat het college een nieuw besluit moet nemen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven.