ECLI:NL:RVS:2020:2994
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing urgentieverklaring ondanks medische problemen en schulden
Appellant vroeg op 13 september 2018 een urgentieverklaring aan bij het college van burgemeester en wethouders van Amstelveen vanwege medische problemen. Het college wees dit verzoek op 7 november 2018 af, omdat appellant gebruik kan maken van voorliggende voorzieningen zoals het huren van een kamer of vestiging in een krimpgebied zonder woonkrapte. Het bezwaar van appellant werd op 25 februari 2019 ongegrond verklaard en de rechtbank bevestigde dit op 7 januari 2020.
Appellant stelde in hoger beroep meerdere bezwaren, waaronder strijd met artikel 7:13 Awb Pro over de samenstelling van de adviescommissie, te late indiening van het verweerschrift, en het onredelijk achten van het standpunt dat zijn probleem met voorliggende voorzieningen kan worden opgelost. Ook voerde hij aan dat een kennis in vergelijkbare omstandigheden wel een urgentieverklaring had gekregen en dat het college de hardheidsclausule ten onrechte niet toepaste.
De Afdeling verwierp deze bezwaren. De adviescommissie was een interne ambtelijke commissie, waardoor artikel 7:13 Awb Pro niet van toepassing was. Het verweerschrift was tijdig ingediend. Appellant had niet aannemelijk gemaakt dat hij alle mogelijkheden tot huisvesting had benut of dat de kosten van alternatieven onoverkomelijk waren. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde wegens gebrek aan bewijs. De hardheidsclausule werd terecht niet toegepast, omdat de schrijnende situatie en de beperkte woningvoorraad geen reden gaven voor afwijking van het beleid. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de urgentieverklaring bevestigd.