ECLI:NL:RVS:2020:3037
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- J.Th. Drop
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende geloofwaardigheidsbeoordeling
De vreemdeling uit Guinee had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 12 februari 2020 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde anders.
De Afdeling constateerde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het besluit in stand kon blijven, ondanks dat bepaalde beroepsgronden over de betrapping en het moment van ontdekking van de seksuele gerichtheid van de vreemdeling slaagden en het besluit op die onderdelen ondeugdelijk was gemotiveerd. De staatssecretaris had onvoldoende aannemelijk gemaakt waarom de verklaringen van de vreemdeling over zijn seksuele gerichtheid ongeloofwaardig zouden zijn.
De Afdeling vernietigde zowel de uitspraak van de rechtbank als het besluit van de staatssecretaris en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuwe, integrale geloofwaardigheidsbeoordeling moet verrichten, waarbij ook de door de vreemdeling overgelegde bewijsmiddelen betrokken moeten worden. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd en de staatssecretaris moet een nieuwe integrale beoordeling verrichten.