ECLI:NL:RVS:2020:3041
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid vreemdelingenbewaring en vernietiging rechtbankuitspraak
Bij besluit van 22 oktober 2020 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze maatregel gegrond en oordeelde dat de bewaring niet rechtsgeldig was ondertekend.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld over de geldigheid van de elektronische handtekening en vernietigde het vonnis van de rechtbank.
De Afdeling beoordeelde vervolgens de overige beroepsgronden. Zij verwierp de bezwaren van de vreemdeling over de gronden voor bewaring, het ontbreken van een lichter middel, het zicht op uitzetting en de voortvarendheid van de staatssecretaris. Het beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.