AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Afwijzing voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom voor schuilhut
Het hoger beroep betreft een uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland van 20 oktober 2020, waarin werd geoordeeld dat de last onder dwangsom opgelegd aan verzoeker met betrekking tot een schuilhut in stand blijft.
Verzoeker had om een voorlopige voorziening verzocht om deze last te schorsen. De voorzieningenrechter overweegt dat verzoeker geen spoedeisend belang heeft, omdat hij niet van plan is het bouwwerk verder te bouwen of te gebruiken voordat de bodemprocedure is afgerond.
De last onder dwangsom houdt op zich niet in dat het bouwwerk verwijderd moet worden, alleen dat het gebruik en verdere bouw gestaakt moeten worden. Wel is geoordeeld dat het college onduidelijkheid heeft gecreëerd over de reikwijdte van de last, waardoor het college de proceskosten en het griffierecht aan verzoeker moet vergoeden.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af, veroordeelt het college tot vergoeding van €79,52 aan proceskosten en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van €265,00. De uitspraak is mondeling gedaan op 17 december 2020 en niet ondertekend door voorzieningenrechter en griffier.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de last onder dwangsom wordt afgewezen.
Uitspraak
202006248/2/R4.
Datum uitspraak: 17 december 2020
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 vanPro de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:
[verzoeker], wonend in 't Loo Oldebroek, gemeente Oldebroek,
tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland van 20 oktober 2020 in zaak nrs. 20/1620 en 20/1622 in het geding tussen:
[verzoeker]
en
het college van burgemeester en wethouders van Oldebroek.
Openbare zitting gehouden op 17 december 2020 om 12:00 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. E.A. Minderhoud, voorzieningenrechter
griffier: mr. V.H.Y. Huijts
Verschenen:
[verzoeker], bijgestaan door [gemachtigde];
het college, vertegenwoordigd door S. van der Wal en K.M.H. Weijens.
Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank van 20 oktober 2020, waarbij is geoordeeld dat de aan [verzoeker] opgelegde last onder dwangsom over een zogenoemde schuilhut in stand kan blijven. [verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter
I. wijst het verzoek af;
II. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Oldebroek tot vergoeding van bij [verzoeker] in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 79,52 (zegge: negenenzeventig euro en tweeënvijftig cent);
III. gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Oldebroek aan [verzoeker] het door hem voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 265,00 (zegge: tweehonderdvijfenzestig euro) vergoedt.
Daartoe overweegt hij het volgende.
• Het college heeft bij besluit van 11 oktober 2019, gehandhaafd bij besluit van 3 maart 2020, [verzoeker] onder oplegging van een dwangsom gelast om het gebruik van het perceel, kadastraal bekend als gemeente Oldebroek, sectie […], nummer […] aan de Bovenheigraaf in 't Loo Oldebroek, ten behoeve van het bouwen en gebruiken van een schuilhut te staken en gestaakt te houden.
• Deze last houdt in dat [verzoeker] niet verder mag gaan met het bouwen van het bouwwerk en het ook niet meer mag gebruiken. De last houdt niet in dat [verzoeker] het bouwwerk moet verwijderen.
• [verzoeker] is niet van plan om al voorafgaande aan de uitspraak in de bodemprocedure verder te bouwen aan het bouwwerk of het bouwwerk te gebruiken. [verzoeker] heeft daarom geen spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening.
• Omdat het college bij [verzoeker] onduidelijkheid heeft geschapen over de vraag of de last onder dwangsom ook inhoudt dat het bouwwerk verwijderd moet worden, moet het college de gevraagde proceskosten en het door hem betaalde griffierecht vergoeden.
De voorzieningenrechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.