ECLI:NL:RVS:2020:3056
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- E. Helder
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen intrekking natuurvergunning melkveehouderijbedrijf
Het college van gedeputeerde staten van Limburg trok bij besluit van 19 september 2017 een natuurvergunning in die op 6 oktober 2016 aan de wederpartij was verleend voor het wijzigen en exploiteren van een melkveehouderijbedrijf op eigendom van de wederpartij te Nuth. De vergunning was verleend op basis van de Natuurbeschermingswet 1998. De wederpartij had de aanvraag ingediend terwijl hij niet zelf de drijver van de inrichting was, maar dit was de pachter. Het college stelde dat hierdoor onjuiste gegevens waren verstrekt en dat een passende beoordeling ten onrechte was achterwege gebleven.
De rechtbank Limburg vernietigde het besluit van het college om het bezwaar ongegrond te verklaren en gaf het college opdracht een nieuw besluit te nemen. Het college stelde dat het nieuwe besluit ertoe zou leiden dat de vergunning zou herleven, met mogelijke onomkeerbare gevolgen voor de natuur. Daarom verzocht het college om een voorlopige voorziening om het nemen van een nieuw besluit op bezwaar op te schorten totdat de Afdeling bestuursrechtspraak uitspraak zou doen in het hoger beroep.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het college een spoedeisend belang had bij de voorziening vanwege de mogelijke onomkeerbare natuurgevolgen. De rechter volgde het college in de stelling dat de rechtbank ten onrechte de verwijtbaarheid aan de zijde van de wederpartij had betrokken bij de beoordeling van de intrekkingsgronden. De voorlopige voorziening werd toegewezen, waardoor het college geen nieuw besluit op bezwaar hoeft te nemen totdat de Afdeling bestuursrechtspraak in de bodemprocedure heeft beslist.
De uitspraak benadrukt dat de vraag of de vergunning terecht is ingetrokken, inhoudelijk in de bodemprocedure wordt behandeld. De voorlopige voorziening voorkomt dat de vergunning herleeft en direct extra stikstofdepositie veroorzaakt op Natura-2000 gebieden voordat de Afdeling een definitief oordeel geeft.
Uitkomst: De voorlopige voorziening schorst de opdracht aan het college om een nieuw besluit op bezwaar te nemen totdat de Afdeling bestuursrechtspraak uitspraak doet in het hoger beroep.