ECLI:NL:RVS:2020:3060
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid verblijfsvergunning asiel na hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde bij besluit van 2 juni 2020 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 10 september 2020 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging vervolgens in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In dit hoger beroep overwoog de Raad dat de door de vreemdeling overgelegde e-mails van de Albanese autoriteiten, gedateerd na de uitspraak van de rechtbank, niet konden worden betrokken bij de beoordeling van het hoger beroep. De vreemdeling werd gewezen op de mogelijkheid een nieuwe aanvraag in te dienen indien hij deze stukken wil laten meewegen.
De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep geen vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin, zodat het hoger beroep ongegrond is en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.