ECLI:NL:RVS:2020:3070
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- S.F.M. Wortmann
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bestuursorgaan en toepasselijkheid Wob bij onderwijsstichtingen
In deze zaak hebben appellanten beroep ingesteld tegen uitspraken van de rechtbank Noord-Nederland, die zich onbevoegd verklaarde kennis te nemen van hun beroepen tegen het niet tijdig nemen van besluiten en brieven van Stichting I en II. Stichting I is een bijzondere schoolbestuur en Stichting II een openbaar schoolbestuur die gezamenlijk onderwijs verzorgen. De kern van het geschil betreft de vraag of deze stichtingen bestuursorganen zijn in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en of de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) op hen van toepassing is.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft beoordeeld dat Stichting I en II privaatrechtelijke rechtspersonen zijn en niet met openbaar gezag zijn bekleed, behalve voor zover Stichting II publiekrechtelijke bevoegdheden uitoefent die leiden tot eenzijdige rechtspositionele besluiten. De Wob-verzoeken hadden echter betrekking op civielrechtelijke aangelegenheden zoals bestuursvoering, statutenwijzigingen en schoolgidsen, en niet op het uitoefenen van openbaar gezag. Daarom zijn de reacties van de stichtingen geen besluiten in de zin van de Awb en konden de beroepen niet ontvankelijk worden verklaard.
De Afdeling bevestigt dat de rechtbank terecht onbevoegd was en verklaart de hoger beroepen ongegrond. Tevens is geoordeeld dat er geen aanleiding is voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan in het openbaar op 23 december 2020 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank was terecht onbevoegd om kennis te nemen van de beroepen; de hoger beroepen worden ongegrond verklaard.