ECLI:NL:RVS:2020:3088
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen plaatsingsplan ondergrondse afvalsorteerstraatjes in Den Haag
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag stelde op 10 september 2019 een plaatsingsplan vast voor ondergrondse afvalsorteerstraatjes in diverse buurten van stadsdeel Segbroek, waaronder locatie SE 11B nabij Koningsplein. De appellanten, wonend tegenover deze locatie, maakten bezwaar tegen dit besluit en stelden dat het plaatsen van de containers nadelige gevolgen zou hebben.
Op 29 september 2020 trok het college het besluit voor locatie SE 11B in, waardoor de ondergrondse containers niet meer geplaatst zullen worden bij de woningen van de appellanten. Hierdoor verloren de appellanten in beginsel hun procesbelang bij een inhoudelijke behandeling van hun beroepen tegen het oorspronkelijke besluit.
De appellanten voerden nog aan dat er sprake was van schade doordat hun woning onverkoopbaar zou zijn geworden en dat toekomstige besluiten beter onder de aandacht gebracht moesten worden. De Raad van State oordeelde dat deze stellingen onvoldoende aannemelijk zijn en geen procesbelang opleveren.
Daarom verklaarde de Afdeling bestuursrechtspraak de beroepen niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang. Omdat het college tegemoet was gekomen aan de beroepen, werd het college gelast het betaalde griffierecht aan de appellanten te vergoeden.
Uitkomst: Beroepen tegen het plaatsingsplan worden niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang na intrekking van het besluit; griffierecht wordt vergoed.