ECLI:NL:RVS:2020:3105
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- D.A.C. Slump
- J. Hoekstra
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Bestemmingplan Elzenhagen Zuid: beroep niet-ontvankelijk en ongegrond verklaard
De raad van de gemeente Amsterdam stelde op 13 februari 2020 het bestemmingsplan Elzenhagen Zuid vast, gericht op de ontwikkeling van een stedelijke woonwijk met circa 1800 woningen en diverse voorzieningen. Tegen dit besluit werd beroep ingesteld door meerdere appellanten. De raad voerde aan dat enkele appellanten niet-ontvankelijk waren omdat zij geen of geen tijdige zienswijze hadden ingediend. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat enkele appellanten inderdaad niet ontvankelijk waren wegens het ontbreken van een tijdige zienswijze of onvoldoende belang.
Inhoudelijk betoogden appellanten dat ten onrechte geen milieueffectrapport (MER) was opgesteld, onder meer vanwege de hoge bebouwingsdichtheid, het kappen van 2150 bomen en de cumulatie met andere projecten. De Afdeling stelde vast dat de drempelwaarden voor een MER niet werden overschreden en dat een vormvrije m.e.r.-beoordeling was uitgevoerd, waarbij de gevolgen van het kappen van bomen en milieueffecten voldoende waren onderzocht en onderbouwd.
Verder werd aangevoerd dat onvoldoende rekening was gehouden met klimaatadaptatie en hittestress. De Afdeling oordeelde dat het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie een ambitiedocument is en dat de raad niet verplicht was hierop te anticiperen bij het bestemmingsplan. Ook de verkeersafwikkeling werd betwist, maar de Afdeling vond de gemeentelijke verkeersonderzoeken deugdelijk en voldoende om te concluderen dat het plan geen onaanvaardbare verkeersdruk veroorzaakt.
Tot slot stelden appellanten dat alternatieven voor het aantal woningen en bovenwijkse voorzieningen onvoldoende waren onderzocht. De raad had het aantal woningen verhoogd vanwege de woningbehoefte en had alternatieven voor voorzieningen onderzocht. De Afdeling vond dat de raad zich redelijk had opgesteld. De Afdeling verklaarde het beroep deels niet-ontvankelijk en voor het overige ongegrond, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep is deels niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige ongegrond verklaard.