ECLI:NL:RVS:2020:3129
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering vernietigd besluit verblijfsvergunning
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 3 maart 2020 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. Na een ongegrond verklaard bezwaar door de staatssecretaris, verklaarde de rechtbank Den Haag op 11 november 2020 het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de uitspraak.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om uitvoering van het vernietigde besluit te schorsen totdat het hoger beroep is beslist. De vreemdeling stelde ook incidenteel hoger beroep in.
De voorzieningenrechter oordeelde dat gezien de belangen van beide partijen aanleiding bestaat om de voorlopige voorziening toe te wijzen. Hierdoor hoeft de staatssecretaris geen nieuw besluit te nemen voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist. Tevens werd bepaald dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden.
De uitspraak werd gedaan op 29 december 2020 door voorzieningenrechter N. Verheij, in aanwezigheid van griffier M.W. Schippers.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft geen nieuw besluit te nemen voordat het hoger beroep is beslist.