ECLI:NL:RVS:2020:3150
Raad van State
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank Limburg en onbevoegdverklaring hoger beroep Raad van State
Appellanten hebben hoger beroep ingesteld tegen meerdere uitspraken van verschillende rechtbanken en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelt dat zij zich onbevoegd verklaart kennis te nemen van hoger beroep tegen vier specifieke uitspraken vanwege wettelijke appelverboden. Daarnaast bevestigt zij het vonnis van de rechtbank Limburg van 22 februari 2019 in zaak nr. 17/2375, waarbij het beroep van appellanten ongegrond werd verklaard.
Appellanten voerden aan dat geen rechtsgang openstond om hun fundamentele rechten te beschermen tegen het gedogen van verboden vluchten door de minister van Infrastructuur en Waterstaat. De Afdeling stelt echter dat appellanten deze rechtsgang wel hadden kunnen benutten door beroep in te stellen bij de rechtbank na een afwijzing van een handhavingsverzoek, wat zij niet hebben gedaan.
De Afdeling concludeert dat er geen aanleiding is om het appelverbod te doorbreken wegens schending van fundamentele rechtsbeginselen of een oneerlijk proces. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door lid J.A. Hagen in aanwezigheid van griffier C. Sparreboom op 7 mei 2020.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart zich onbevoegd voor hoger beroep tegen vier uitspraken en bevestigt het vonnis van de rechtbank Limburg van 22 februari 2019.