ECLI:NL:RVS:2020:334
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- J.J. van Eck
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering ontvoering echtgenoot
De vreemdeling uit Irak verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor zichzelf en haar minderjarige kind. De staatssecretaris wees dit verzoek bij besluit van 15 mei 2019 af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De vreemdeling stelde dat haar echtgenoot, een advocaat, was bedreigd en ontvoerd door een militie en nog steeds vermist wordt. Zij vreesde voor haar en haar kind bij terugkeer naar Irak. De staatssecretaris erkende in hoger beroep de geloofwaardigheid van de bedreigingen en trok eerdere tegenwerpingen terug, maar bleef een tegenstrijdigheid in verklaringen over de plaats van ontvoering aanvoeren.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de motivering van de staatssecretaris over deze tegenstrijdigheid deugdelijk was. De verklaring van de vreemdeling dat haar schoonvader aangifte deed op basis van burenverklaringen en dat zij zelf bewusteloos was, maakte de tegenstrijdigheid plausibel. Omdat de staatssecretaris ook van andere bezwaren was teruggekomen, waren er onvoldoende argumenten om het besluit te dragen.
Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris werden vernietigd. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.