ECLI:NL:RVS:2020:344
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening afgewezen wegens niet-betaling griffierecht in vreemdelingenzaak
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 5 juli 2018 werd afgewezen. Tegen dit besluit werd bezwaar gemaakt, dat op 5 maart 2019 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank, die op 20 december 2019 het beroep ongegrond verklaarde. Hiertegen werd hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdeling verzocht daarnaast om een voorlopige voorziening. De griffier wees haar er bij brief op dat zij griffierecht moest betalen voor de behandeling van dit verzoek, met een uiterste betaaldatum van 28 januari 2020. Het griffierecht werd echter niet voldaan en de vreemdeling gaf geen redenen om het verzoek toch in behandeling te nemen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk is wegens het niet voldoen van het griffierecht. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd op 4 februari 2020 in het openbaar uitgesproken door voorzieningenrechter E. Steendijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.