ECLI:NL:RVS:2020:35

Raad van State

Datum uitspraak
8 januari 2020
Publicatiedatum
8 januari 2020
Zaaknummer
201909267/1/V3
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • N. Verheij
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 50 lid 4 Vw 2000Art. 84 aanhef en onder a Vw 2000Art. 8:54 lid 1 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onbevoegdheid Raad van State bij hoger beroep tegen verlenging ophouding voor verhoor vreemdeling

De zaak betreft het hoger beroep van een vreemdeling tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag die het beroep tegen de verlenging van de maatregel van ophouding voor verhoor ongegrond verklaarde. De maatregel was verlengd bij besluit van 7 december 2019.

De rechtbank had het beroep van de vreemdeling afgewezen en tevens het verzoek om schadevergoeding. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

De Afdeling oordeelt dat op grond van artikel 84, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 tegen de verlenging van de ophouding voor verhoor geen hoger beroep mogelijk is. Daarom verklaart de Afdeling zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen en wijst zij het verzoek om proceskostenvergoeding af.

De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 8 januari 2020.

Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep tegen de verlenging van de ophouding voor verhoor.

Uitspraak

201909267/1/V3.
Datum uitspraak: 8 januari 2020
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 20 december 2019 in zaak nr. NL29.29888 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 7 december 2019 is de aan de vreemdeling opgelegde maatregel van ophouding voor verhoor verlengd.
Bij uitspraak van 20 december 2019 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. S.C. van Paridon, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1.    De uitspraak van de rechtbank gaat over de verlenging van de ophouding krachtens artikel 50, vierde lid, van de Vw 2000. Hiertegen kan geen hoger beroep worden ingesteld (artikel 84, aanhef en onder a, van de Vw 2000).
2.    De Afdeling is onbevoegd van het hoger beroep kennis te nemen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.T. Annen, griffier.
w.g. Verheij    w.g. Annen
lid van de enkelvoudige kamer    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 8 januari 2020
765.