ECLI:NL:RVS:2020:353
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking ontheffingen gebruik voetpad door motorvoertuigen in Diever
Het college van burgemeester en wethouders van Westerveld had besloten een afzetpaal en keien te verwijderen bij een voetpad naast de woning van appellant in Diever, om het gebruik van het pad door motorvoertuigen mogelijk te maken. Aan bewoners van nabijgelegen locaties werden ontheffingen verleend voor het gebruik van het pad met motorvoertuigen, die later weer werden ingetrokken. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten en stelde dat het pad een voetpad is en geen weg waar gemotoriseerd verkeer is toegestaan.
De rechtbank oordeelde dat het pad geen openbare weg is en dat de brief van het college geen besluit was, waardoor bezwaar niet ontvankelijk was. Tevens verklaarde de rechtbank het bezwaar tegen de intrekking van de ontheffingen ongegrond, maar vernietigde het besluit over proceskosten. Appellant ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het pad wel een weg is in de zin van de Wegenverkeerswet 1994 en dat het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) daarop van toepassing is. De brief van het college was geen besluit waartegen bezwaar mogelijk was, maar de intrekking van de ontheffingen was onterecht. De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en de besluiten tot intrekking van de ontheffingen en beval het college om opnieuw op het bezwaar te beslissen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De intrekking van de ontheffingen wordt vernietigd en het college moet opnieuw op het bezwaar beslissen.