ECLI:NL:RVS:2020:370
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving spoedeisende bestuursdwang wegens onveilige logiesfunctie woning
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam die het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam bevoegd achtte spoedeisende bestuursdwang toe te passen. Het college had op 1 september 2017 het slot van twee kamers in een woning vervangen omdat deze kamers werden gebruikt als logiesverblijven zonder te voldoen aan de eisen van het Bouwbesluit 2012.
Appellant voerde aan dat er geen overtreding was omdat de woning werd gebruikt voor vakantieverhuur conform het bestemmingsplan en dat het rapport van bevindingen onjuist en valselijk was opgesteld. De Raad van State oordeelde dat het rapport op ambtseed was opgesteld en dat appellant onvoldoende feiten had aangevoerd om de juistheid ervan te betwijfelen. Tevens was het betreden van de woning door toezichthouders rechtmatig.
De Afdeling stelde vast dat de woning als logiesgebouw werd gebruikt omdat twee kamers als toeristenverblijven werden aangeboden, voorzien waren van codesleutelkastjes en Engelstalige instructies, en dat de woning niet voldeed aan de brand- en vluchtonveiligheidseisen. Het college was daarom bevoegd tot handhaving. Het betoog dat het college willekeurig handelde door direct bestuursdwang toe te passen werd verworpen omdat een vergelijkbare situatie anders was beoordeeld op basis van een ander handhavingsbesluit.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het college bevoegd was spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens onveilige logiesfunctie van de woning.