ECLI:NL:RVS:2020:376
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vaststelling bestemmingsplan en exploitatieplan Keenenburg V fase 2
Bij besluit van 26 maart 2019 stelde de raad van de gemeente Midden-Delfland het bestemmingsplan "Keenenburg V, fase 2" en het daarbij behorende exploitatieplan vast. Appellant en anderen, eigenaren van een boerderij met omliggende percelen binnen het plangebied, stelden beroep in tegen dit besluit. Zij voerden aan dat het plan onzorgvuldig was voorbereid, niet in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening, en dat het exploitatieplan gebreken vertoonde.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat voorafgaand aan de terinzagelegging geen inspraak is vereist volgens de Wet ruimtelijke ordening, zodat het ontbreken daarvan geen onzorgvuldigheid oplevert. De raad heeft de stedenbouwkundige opzet en de verdeling van woningtypen binnen het plangebied voldoende gemotiveerd en verantwoord. Ook de planbegrenzing, inclusief een perceel met de bestemming "Groen", is gebaseerd op planologische en functionele samenhang en strookt met een goede ruimtelijke ordening.
Ten aanzien van het exploitatieplan oordeelde de Afdeling dat het taxatierapport met de daarin gehanteerde uitgangspunten, waaronder een representatieve invulling van het bouwprogramma en vergelijkingsmethoden, niet onzorgvuldig is opgesteld. De door appellant overgelegde tegenrapportage bracht geen zodanige gebreken aan het licht dat de raad niet in redelijkheid op het taxatierapport had kunnen afgaan.
De Afdeling verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestemmingsplan en exploitatieplan Keenenburg V fase 2 is ongegrond verklaard.