ECLI:NL:RVS:2020:38
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid Raad van State tot kennisneming hoger beroep tegen voortduren vreemdelingenbewaring
Bij besluit van 15 oktober 2019 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank Den Haag heeft op 18 december 2019 het beroep van de vreemdeling tegen het voortduren van deze bewaring ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overweegt dat het hoger beroep ziet op het voortduren van de maatregel van bewaring zoals bedoeld in artikel 96 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.
Volgens artikel 84, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 is tegen het voortduren van de bewaring geen hoger beroep mogelijk. Daarom verklaart de Afdeling zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State verklaart zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen tegen het voortduren van vreemdelingenbewaring.