ECLI:NL:RVS:2020:395
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen uitspraak vreemdelingenbewaring
De vreemdeling is bij besluit van 18 december 2019 in vreemdelingenbewaring gesteld. Tegen dit besluit heeft de vreemdeling bezwaar gemaakt en beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 15 januari 2020 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Bij de beoordeling van het hoger beroep bleek dat de vreemdeling niet heeft toegelicht waarom de uitspraak van de rechtbank volgens hem onjuist zou zijn, waardoor de Afdeling geen inhoudelijk oordeel kon geven.
Daarom verklaarde de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees zij het verzoek om proceskostenvergoeding af. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer op 7 februari 2020.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een inhoudelijke motivering.